_mg_7846.jpgstrike300112j05.jpgdelegatie 2.jpgstrike300112j08.jpg_mg_7847.jpgstrike300112j01.jpg_mg_7842.jpgstrike300112j35.jpg_mg_7836.jpgbanner.jpgstrike300112j57.jpgvechten voor onze rechten.jpg

Lekkers van Dekkers?

Donderdag 11 oktober was er om 11 uur een intranet-webcast met Bayer-chef Marijn Dekkers vanuit Mijdrecht. Voor diegenen die geen tijd hadden om dit te bekijken: hieronder een korte samenvatting.


Er werd zeer weinig over BMS gezegd. Zijn toespraak ging voornamelijk over Healthcare, mogelijk nieuwe geneesmiddelen in de pijplijn en de noodzaak aan vernieuwing en ontwikkeling. Toch was het opvallend dat Marijn Dekkers vrij kritisch was over de door BMS gevolgde strategie in de afgelopen jaren.

In grote lijnen vertelde hij het volgende:
"We hebben met BMS een groter kostuum gekocht dan we nodig hadden. Er werd in 2005-2006 beslist om grote installaties te bouwen in Shangai. Eigenlijk kochten we een hoop buizen voor bijna 2,5 miljard euro. We waren wel niet de enigen die dat deden in die periode. In 2009 brak de economische crisis uit en daalde de omzet met bijna 30%. Vandaag worden we met overcapaciteit geconfronteerd en de laatste 4 a 5 jaar is het moeilijk om het geïnvesteerde geld terug te verdienen. We hebben de strategie moeten herbekijken; vermits we altijd wilden groeien qua verkoopsvolume. Wanneer we niet de juiste prijs krijgen voor onze producten moeten we hiervan durven afstappen en kijken naar de winst. Wat we verdienen op onze producten is belangrijker dan het volume dat we verkopen. Hopelijk zullen we komende jaren dan ook groeien in ons kostuum."

 Er was een vraag per email of "de overcapaciteit inzake polycarbonaat een bedreiging voor Antwerpen is?
Marijn Dekkers dacht niet dat dit moet doorwegen: "Ook Sabic bouwde dit jaar een grote plant, de markt floteert. Bij Bayer gelooft men dat er vraag er is. Maar volgend jaar zal een uitdaging worden. We hebben in Antwerpen een zeer goede plant en belangrijk is dat wat we doen we zo efficiënt mogelijk doen."


BMS zelf blijft ondertussen wel kapitaal pompen in de uitbreiding van de installaties in Caojing. In de afgelopen 10 jaar werd er al meer dan 2 miljard euro geïnvesteerd. In oktober werd aangekondigd dat er nog eens 100 miljoen euro zal geïnvesteerd worden, dit project heeft van de BMS-Board als werknaam "Golden Tiger" meegekregen.
Hopelijk blijft er toch nog wat geld over om hier in Antwerpen minstens wat lappen op het kostuum te zetten...


Er was ook een vraag uit het publiek naar wat met "talentmanagement voor werknemers boven 50?" In Antwerpen was volgens Marijn Dekkers de gemiddelde leeftijd onder de werknemers 52 tot 53 jaar. Hij stelde te begrijpen wanneer je fysiek zwaar werk verricht en dit moet volhouden tot je 65 dit een uitdaging is. Maar Bayer moet gefocust zijn om deze mensen gezond, fit en aan het werk te houden.


Als vakbond vinden we het idee dat werknemers, zeker wanneer ze fysiek werk, nachtarbeid, werk met chemische en carcinogene producten hebben verricht,... zouden moeten werken tot 65 absurd. Volgens ons ligt de uitdaging er eerder in te zorgen voor een evenwichtiger leeftijdspiramide onder de Bayer-werknemers. Dat wil zeggen oudere werknemers krijgen de kans om uit te stromen via brugpensioen en jongeren nemen hun plaats in.

Kris Peeters bezocht Bayer op 20 sept

Op 20 september kwam Vlaams Minister-president Kris Peeters op de terreinen van Bayer Antwerpen één van zijn favoriete bezigheden uitoefenen: lintjes doorknippen en eerste stenen leggen. Eind augustus was hij nog eerste steenlegger van dienst bij LANXESS.


Wanneer je dus ergens rond 10u een zwarte Mercedes S met nummerplaat E1 het Bayer-terrein ziet opdraaien, twijfel niet: het is Kris.

De Vlaamse M-p komt de eerste steen leggen van de nieuw te bouwen fabriek van FRX Polymers. Ook de Antwerpse
Bayer directie zal ongetwijfeld aanwezig zijn op de ceremonie. Niet alleen omdat iedereen graag schijnt in het zonnetje van Kris Peeters, maar ook vanwege de banden die er zijn tussen FRX Polymers en Bayer. Die zijn van zulke aard dat men zich kan afvragen waarom BMS zelf
de technologie van FRX Polymers niet verder heeft ontwikkeld en in gebruik genomen? FRX polymers wil immers markten aanboren met een nieuwe generatie van transparante vlamvertragende polymeren.

Waarom zeggen we dit? Wanneer men de nog prille geschiedenis van FRX Polymers, opgericht in 2007, bekijkt is het
opmerkelijk dat de stichter ervan een gewezen topman van Bayer is. Op de website van FRX Polymers luidt het "Dr.
Freitag was hoofd van de technologie-afdeling van FRX Polymers tot aan zijn pensioen in augustus 2009. Dieter blijft nog wel actief als raadgever voor FRX Polymers inzake technische en patent gerelateerde aangelegenheden. Als Bayer-veteraan met een carrière van 33 was Dr. Freitag de uitvinder van, en
samen met zijn team verantwoordelijk voor het op de markt brengen van de CD in polycarbonaat en van het hoog temperatuur bestendige polycarbonaat ( APEC ). Bij Bayer was hij Sr. Vice -president, Materials Research and Global Director en Plastics R&D. Hij was opsteller van 430 patenten/octrooien en kreeg de Otto Bayer medaille voor  uitzonderlijke verdiensten".

We kunnen dus minstens stellen dat  Bayer en haar interne keuken qua onderzoek en patenten inzake plastics en polycarbonaat niet onbekend zijn voor
FRX Polymers. Maar ook qua grondstoffen, terreinen en logistiek blijkt Bayer een voorkeurpartner.

In een interview in Trends op 10 mei 2012 weet de Canadese topman van FRX Polymers te zeggen waarom men voor
Bayer Antwerpen als productie-site koos: "Bayer waarmee we al jaren samenwerken, raadde ons Antwerpen aan. Bayer produceert
daar twee van de drie grondstoffen die wij gebruiken. Bovendien is de logistiek er goed en is het vrij eenvoudig een team te vormen. FRX heeft 3000 vierkante meter geleased en een optie genomen op 7000 vierkante meter extra. Zodra de
fabriek operationeel is, wordt de Zwitserse proeffabriek gesloten en het labo naar Antwerpen versast. "

Wie betaalt?

De grootste aandeelhouder van FRX Polymers is een Leuvens durfkapitaalfonds, Capricorn Venture Partners. Het
investeerde 7 miljoen euro en is zo goed voor een belang van 22% (totale bedrijfswaarde FRX is ongeveer 33 miljoen dollar)

FRX Polymers ging aankloppen bij de  Participatiemaatschappij Vlaanderen. Deze legde contacten met Gigarant, een fonds voor ondernemingen die
kredietwaarborgen nodig hebben boven 1,5 miljoen euro en zo bekwam FRX Polymers een lening van 13,5 miljoen euro bij KBC. Op 6 juli wist de Vlaamse regering in een persbericht te melden dat ze op voorstel van Kris Peeters 1 miljoen

euro "strategische investeringssteun" geeft aan FRX Polymers. De totale investering in Antwerpen bedraagt 16,5 miljoen euro.

Ook KBC lijkt zeer gelukkig dat het kon lenen aan  FRX Polymers "We zijn trots deel uit te maken
van dit project"  zegt Yves Bouvez, Relationship Manager bij KBC. "Als Belgische grootbank zijn we verheugd een
sleutelrol te hebben gespeeld in het naar Antwerpen brengen van FRX Polymers  met zijn innovatieve producten en groei
georiënteerde business".

Volgens FRX Polymers zou de site in de toekomst werk verschaffen aan ongeveer 35 mensen. De fabriek moet operationeel zijn tegen het
vierde kwartaal van 2013. Over de verdere toekomstplannen houden topman Lebel en 'investeerder van het eerste uur' in FRX Polymers Jos Peeters zich op de vlakte in Trends: "Durfkapitaalverschaffers willen uiteindelijk geld verdienen,
of het nu via een beursgang of een verkoop is". De toekomst zal moeten uitwijzen of BMS hier kansen heeft laten liggen om zelf innovatieve,
vlamvertragende producten te maken op basis van polycarbonaat. Voor de 35 toekomstige medewerkers van FRX hopen we dat de durfkapitaalzakken niet te veel gevuld worden op hun kosten...

Ook de website gaat er even tussenuit...

Het ABVV Scheikunde wenst al haar leden en alle werknemers van Bayer Antwerpen een prettige zomervakantie !

 

Eerstvolgend Comité PBW:  donderdag 23 augustus 10u00 

Eerstvolgende Ondernemingsraad:  donderdag 6 september 10u30 

Welke ontslagbescherming binnen één jaar?

Welke ontslagbescherming binnen één jaar?

Op dit moment hebben arbeiders een veel kortere opzegperiode dan bedienden. Het Grondwettelijk Hof bepaalde dat deze onterechte discriminatie moet stoppen, ten laatste op 8 juli volgend jaar. Sommigen willen deze kans aangrijpen om bedienden in de toekomst gemakkelijker op straat te kunnen zetten. De inzet is duidelijk: hoe ziet uw ontslagbescherming (en uw statuut) eruit binnen één jaar?


Uw ontslagbescherming

Er bestaan in ons land nog steeds een pak (onaanvaardbare) verschillen in de rechten van arbeiders en bedienden. Op tal van vlakken: zo worden vele arbeiders tijdens de eerste dag ziekte niet betaald, wat bij bedienden wel zo is. Ook op het vlak van het vakantiegeld, de proefperiode... bestaat er nog een onderscheid. In de opzegtermijnen zijn de verschillen het grootst. De discussie spitst zich dan ook vooral daarop toe, al mogen we de andere aspecten niet uit het oog verliezen.

De opzegtermijn is de periode die de werkgevers moeten respecteren tussen het moment waarop ze je waarschuwen dat je ontslagen wordt (de ‘opzeg’) en het moment waarop je daadwerkelijk je job verliest (het ‘ontslag’). Tijdens je opzegtermijn moet de werkgever je nog betalen, dat heet de ‘opzegvergoeding’. Als je meteen moet stoppen met werken, blijf je recht hebben op een ‘verbrekingsvergoeding’ die gelijk staat aan het loon dat je zou gekregen hebben tijdens je opzegperiode. Hoe langer die periode, hoe meer kans je hebt om nieuw werk te vinden voor je werkloos wordt. Goed voor je eigen portemonnee én goedkoper voor de overheid.

Arbeiders én bedienden verdienen het beste

De visie van de BBTK is duidelijk, zowel arbeiders als bedienden moeten kunnen rekenen op dezelfde rechten. De meerderheid van de werknemers in ons land is aan de slag als bediende: het spreekt voor zich dat de rechten van de arbeiders opgetrokken worden tot het niveau van de bedienden.

Uit onze eigen contacten op de werkvloer blijken ook de werknemers die mening toegedaan. Een peiling van Tempo-Team (als uitzendkantoor toch niet meteen een pro-syndicale bron) onder werknemers en werkgevers bevestigt dat nu. Uit hun bevraging blijkt een duidelijke meerderheid van de arbeiders en bedienden tegen een achteruitgang van hun rechten te zijn bij het wegwerken van de discriminaties tussen de statuten. Jullie stellen als werknemers bovendien ook duidelijk dat het aan de werkgevers is om het verschil bij te passen.

Een verrassend aspect van de studie –dat in de media onderbelicht bleef- was voor ons dat ook bij de bevraagde werkgevers het enthousiasme kleiner was dan verwacht om de rechten van de werknemers af te bouwen. Niemand leek ten andere overtuigd van het feit dat de opgelegde timing haalbaar was.

Realisme

Daarmee blijkt niet alleen de solidariteit onder arbeiders en bedienden groot te zijn, maar ook het realisme bij alle betrokkenen. De BBTK stelt dan ook dat enkel een onderhandelde oplossing, waarbij de discriminaties stap voor stap worden weggewerkt, zal beantwoorden aan wat er op het terrein leeft. Het is bovendien de beste garantie op een oplossing die niemand in de kou laat staan.

Wie droomt van een oplossing die alle verschillen in één pennentrek wegvaagt, om opnieuw te beginnen met een eenheidsstatuut, vergist zich. Daarmee brengen ze (bewust?) zorgvuldig opgebouwde rechten van zowel arbeiders als bedienden in gevaar.

Klaar voor de dialoog

De BBTK is samen met het ABVV klaar om de dialoog aan te gaan. Met een schone lei: het gemorrel aan de opzegtermijnen begin vorig jaar (het ‘regerings-IPA’) is wat ons betreft geen piste. Het moet mogelijk zijn een onderhandelde oplossing te vinden waarbij de rechten van arbeiders en bedienden gelijk getrokken worden via een opwaartse harmonisering.

We zijn niet blind voor de politieke context. Bepaalde leden van de regering zullen ongetwijfeld proberen om op eigen houtje iets te forceren. Wat ons betreft verkiezen we het overleg. Maar we bereiden ons ook voor op actie en zullen actief over de inzet informeren. De werknemers zullen weten wat er op het spel staat.

Te koud of te warm op het werk ?

Te koud of te warm op het werk ?

Vanaf 01 juli geleden nieuwe voorschriften voor "thermische omgevingsfactoren".


Te koud of te warm op het werk?

Vanaf 1 juli 2012 gelden nieuwe voorschriften voor 'thermische omgevingsfactoren'. Het arbeidsklimaat zeg maar. De nieuwe aanpak is gericht op preventie. En de nadruk ligt voortaan op risicoanalyse. Op basis van die analyse moet de werkgever vooraf een set beschermingsmaatregelen opstellen. Wie op het werk blootgesteld wordt aan koude of warmte is op die manier beter beschermd.

Arbeidsklimaat

Het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming (ARAB) bevat bepalingen over het arbeidsklimaat. Het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk is een verantwoordelijkheid van de werkgever. En het arbeidsklimaat is daar een onderdeel van.
De bepalingen in het ARAB focussen op de werkplaats. Gaat het om een open of gesloten werkplaats? Gaat het om winkelbanken in open lucht? Wordt de werknemer beschermd tegen zonlicht? Die vragen zijn bepalend voor het temperatuurregime op de werkplek.
De nadruk ligt niet op de risicoanalyse. Maar daar komt nu verandering in, want een KB van 4 juni 2012 heft de geldende regels op en zorgt voor een nieuw hoofdstuk in de Codex over het welzijn op het werk. Het gaat om hoofdstuk II van titel IV. Met als titel 'thermische omgevingsfactoren'. Vanaf nu staat risicoanalyse en preventie centraal.

Risicoanalyse

De nieuwe regeling gaat in op 1 juli 2012. Dit betekent dat de werkgever een risicoanalyse moet uitvoeren op basis van de 'thermische omgevingsfactoren van technologische of klimatologische aard die aanwezig zijn op de arbeidsplaats'.
Bedoeling is om een totaalbeeld te krijgen. De werkgever moet daarbij niet enkel rekening houden met de luchttemperatuur, de relatieve luchtvochtigheid, de luchtstroomsnelheid en de thermische straling. Ook de fysieke werkbelasting, de gebruikte werkmethodes en arbeidsmiddelen, de werkkledij en de persoonlijke beschermingsmiddelen spelen een rol. En de combinatie van al die factoren én hun evolutie tijdens de werkduur worden ook opgelijst. Denk maar aan wisselende arbeidsomstandigheden en seizoenschommelingen.
Alle factoren die een invloed hebben op de thermische omgeving maken dus deel uit van de risicoanalyse. De werkgever evalueert ze en, indien nodig, meet hij ze. De manier waarop dit gebeurt, wordt bepaald na advies van de preventieadviseur en met akkoord van het preventiecomité. Is er geen consensus, dan heeft de werkgever het laatste woord. Hij volgt hierbij de referenties van de FOD WASO.

Actiewaarden

Op basis van de risicoanalyse neemt de werkgever de gepaste preventiemaatregelen. Die maatregelen spelen in op de geanalyseerde factoren en houden rekening met een reeks 'actiewaarden'. Telkens met aandacht voor het comfort van de werknemers.
Er zijn nieuwe actiewaarden voor blootstelling, zowel voor koude als voor warmte. Ze worden vastgesteld in functie van de fysieke werkbelasting.

1/ Blootstelling aan koude. De luchttemperatuur mag niet lager zijn dan:
■18 °C voor zeer licht werk;
■16 °C voor licht werk;
■14 °C voor halfzwaar werk;
■12 °C voor zwaar werk;
■10 °C voor zeer zwaar werk.

2/ Blootstelling aan warmte. De WBGT-index mag niet hoger zijn dan:
■29 voor zeer licht of licht werk;
■26 voor halfzwaar werk;
■22 voor zwaar werk;
■18 voor zeer zwaar werk.


WBGT staat voor 'Wet Bulb Globe Temperature'. Want naast de temperatuur speelt ook de vochtigheid een rol. Een meting met een klassieke thermometer volstaat dus niet als het gaat om blootstelling aan warmte. Men gebruikt hiervoor een 'nattebolthermometer'. Een droge warmte wordt doorgaans immers beter verdragen dan een vochtige warmte.

Preventieprogramma

Als overschrijding van de waarden mogelijk is, moet de werkgever vooraf op basis van de risicoanalyse een 'programma van technische en organisatorische maatregelen' opstellen. Dit om de blootstelling aan koude of warmte en de daaruit voortvloeiende risico's te voorkomen of tot een minimum te beperken.
Ook hier gaat de nieuwe regeling veel verder dan de bestaande. Zo kan de werkgever de fysieke werkbelasting verlagen of de intensiteit van de blootstelling beperken. Of hij kan kiezen voor een alternatieve werkmethode met minder blootstelling. Aangepaste warme of verfrissende dranken zijn ook mogelijk.
Een eventuele afwisseling van periodes van aanwezigheid op de werkpost wordt strikt gereglementeerd. De nieuwe regeling omschrijft een cascade. Is er geen alternatief, dan geldt de tabel uit het KB van 4 juni 2012.
Kortom, het preventieprogramma beschrijft per werkpost of per groep van werkposten, per functie of per groep van functies een reeks maatregelen die getroffen zullen worden. Indien nodig worden ze bijgewerkt. Het programma wordt voor advies voorgelegd aan de bevoegde preventieadviseurs, en aan het comité. En het maakt deel uit van het globaal preventieplan.
Bij overschrijding van de actiewaarden voert de werkgever het programma uit.

Specifieke situaties

Daarnaast voorziet het nieuwe KB ook in specifieke maatregelen voor specifieke situaties. Men maakt daarbij een onderscheid tussen maatregelen bij overmatige koude en maatregelen bij overmatige warmte. En die warmte of koude kan van technologische of klimatologische oorsprong zijn.
'Ernstige overmatige warmte' is een afzonderlijke parameter. Bij een korte blootstelling aan een ernstige overmatige warmte worden de maximale blootstellingsduur en de organisatie van het werk vooraf vastgelegd door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. Hij kan tijdens de blootstelling overgaan tot de monitoring van de fysiologische parameters van de werknemer. Dit om overschrijding van de fysiologische limieten te vermijden.
Werknemers die behoren tot 'bijzonder gevoelige risicogroepen' kunnen bovendien rekenen op een bijzondere bescherming. Na advies van de preventieadviseur zal de werkgever de voorgeschreven maatregelen moeten aanpassen aan de specifieke risico's die zij lopen.

Gezondheidstoezicht

Werknemers worden onderworpen aan een passend gezondheidstoezicht:
■wanneer zij gewoonlijk buiten tewerkgesteld worden;
■wanneer ze 'uit hoofde van hun normale dagtaak regelmatig, om technologische redenen' worden blootgesteld aan koude (temperatuur lager dan 8 °C) of warmte (overschrijding van de actiewaarden). Dit gezondheidstoezicht wordt uitgevoerd vóór de tewerkstelling. En het wordt jaarlijks herhaald.
De werknemers worden op de hoogte gehouden. De werkgever moet hen opleiden en voorlichten. Werknemers die blootgesteld worden aan overmatige koude of warmte hebben recht op informatie over de resultaten van de risicoanalyse, de actiewaarden, de genomen maatregelen, veilige handelingen ...

 

Bron:Koninklijk besluit van 4 juni 2012 betreffende de thermische omgevingsfactoren, BS 21 juni 2012